NIET-TECHNISCHE PROJECTSAMENVATTING
Naam van het project
Veiligheid en werkzaamheid van producten voor visvoeding
NTS-identificatiecode
NTS-NL-158957 v.1, 25-06-2021
Nationale identificatiecode van de NTS
Veld wordt niet gepubliceerd.
Land
Nederland
Taal
nl
Indiening bij EU
Veld wordt niet gepubliceerd.
ja
Duur van het project, uitgedrukt in maanden.
60
Trefwoorden
Vis
Nutriëntenbenutting
Visgezondheid
Viswelzijn
Ingrediënten
Doel(en) van het project
Omzettinggericht en toegepast onderzoek: Diervoeding
Gebruik op grond van regelgeving en voor routineproductie: Andere doeltreffendheids- en tolerantietests
Doelstellingen en verwachte voordelen van het project
Beschrijf de doelstellingen van het project (bijvoorbeeld het aanpakken van bepaalde wetenschappelijke onduidelijkheden, of wetenschappelijke of klinische behoeften).
Doelstelling: Vaststellen van de veiligheid en werkzaamheid van producten voor visvoeding met als doel verbetering van de visgezondheid, viswelzijn, groei, vlees en ei-kwaliteit en/of nutriëntenbenutting. Wetenschappelijk belang: Het uitvoeren van wetenschappelijke proeven zal het begrip van de fysiologische processen en gezondheid van vissen doen toenemen. Wetenschappelijke proeven kunnen nieuwe ideeën en onderzoeksvragen genereren die bijdragen aan de ontwikkeling en verbetering van visvoer en visvoer strategieën ten behoeve van diergezondheid, dierenwelzijn en het verminderen van de afhankelijkheid van vismeel en visolie. Maatschappelijk belang: Kennis vanuit o.a. dierwetenschappen en het testen van producten kunnen leiden tot de ontwikkeling van producten voor visvoeders die bijdragen aan een verbetering van de visgezondheid, het welzijn, efficiënt nutriënten gebruik, de kwaliteit van de vis voor humane voeding en de inbedding van de aquacultuur in de circulaire economie. Nieuwe producten, moeten vóór ze op de markt komen getest worden om aan te tonen dat ze veilig en werkzaam zijn. Hiermee wordt voorkomen dat er producten op de markt komen die een risico vormen voor de volksgezondheid, dierenwelzijn en of milieu. Dergelijke producten dragen bij aan de verduurzaming van de aqua-agro-food keten, waaronder efficiënt nutriënten gebruik en de vermindering van het gebruik van vismeel en visolie in visvoer. Dit is essentieel want vismeel en visolie worden steeds schaarser terwijl de vraag naar (kweek)vis stijgt. Vis is immers onderdeel van een gezond voedingspatroon.
Welke potentiële voordelen kan dit project opleveren? Leg uit hoe de wetenschap vooruit kan worden geholpen of mensen, dieren of het milieu uiteindelijk voordeel kunnen hebben bij het project. Maak, waar van toepassing, een onderscheid tussen voordelen op korte termijn (binnen de looptijd van het project) en voordelen op lange termijn (die mogelijk pas worden bereikt nadat het project is afgerond).
De opbrengst van het project is antwoord op de vraag: • Is dit product geschikt voor toepassing in visvoeders? • Is het gebruik van dit product veilig voor mens, dier en milieu? • Is het product effectief? Antwoord op deze vragen is noodzakelijk voor de opbouw van een dossier behorend bij de productregistratie. Verder is het voor een marktintroductie cruciaal om de werking te ondersteunen door middel van wetenschappelijk bewijs. Daarnaast is het maatschappelijk van belang nieuwe kennis op te doen, ideeën te genereren en inzicht te krijgen in mogelijkheden voor efficiënt nutriënten gebruik en de inbedding van de aquacultuur in de circulaire economie.
Voorspelde schade
In welke procedures worden de dieren gewoonlijk gebruikt (bijvoorbeeld injecties, chirurgische procedures)? Vermeld het aantal en de duur van deze procedures.
Afhankelijk van het te testen product kunnen verschillende onderzoeken nodig zijn. De onderzoeken zijn bv een tolerantie, smakelijkheid, verterings, biologische beschikbaarheid, efficacy of residu studie. De onderzoeken volgen de richtlijnen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid. Tijdens het uitvoeren van de experimenten zullen, wanneer nodig, de volgende sample procedures worden toegepast: 1. Individueel wegen. Bij individueel wegen worden de vissen eerst verdoofd om het ongemak te minimaliseren. Vervolgens wordt van elke vis het gewicht bepaald. Het wegen vindt plaats bij het toewijzen van de vissen aan de experimentele eenheden, aan het begin en het einde van het experiment. 2. Verzamelen van gehele vissen‡. Het benodigde aantal vissen worden gedood met een overdosis verdovingsmiddel#. 3. Verzamelen van bloedmonsters‡. Bij het verzamelen van bloedmonsters worden de vissen eerst verdoofd en vervolgens gedood met een overdosis verdovingsmiddel#. Het bloed wordt afgenomen via een caudale veneuze punctie met een gehepariniseerde spuit. 4. Verzamelen van ontlasting. Bij de meeste vissoorten wordt de ontlasting verkregen door bij verdoofde vissen licht te drukken op de buikstreek (strippen). Strippen heeft de voorkeur om het verlies van nutriënten als gevolg van uitspoeling in het water te minimaliseren. Bij sommige vissoorten moet de ontlasting aan het einde van het experiment worden verzameld door dissectie. Bij vissoorten zoals tilapia kan de ontlasting alleen uit het water worden opgevangen via sedimentatie met behulp van cyclonen. 5. Verzamelen van de galblaas, darm, lever en of andere organen‡. Om voldoende weefsel te verkrijgen moeten een aantal vissen worden ontleed. De benodigde vissen zullen worden gedood met behulp van een overdosis verdovingsmiddel#. 6. Verzamelen van monsters voor het testen op de aanwezigheid van residuen‡. De vis zal worden gedood met behulp van een overdosis verdovingsmiddel#. 7. Verzamelen van monsters voor het bepalen van de vleeskwaliteit‡. Vissen worden gedood door een klap op de kop. 8. Verzamelen van monsters voor microbiologische analyses‡. Vissen worden gedood door een klap op de kop. ‡Het verzamelen van gehele vissen, bloed, de galblaas, darm, lever en of andere organen en monsters voor het testen van residuen, vleeskwaliteit of microbiologische analyses vindt plaats aan het begin en het einde van een experiment. #bijlage IV richtlijn 2010/63/EU.
Wat zijn de verwachte gevolgen/nadelige effecten voor de dieren, bijvoorbeeld pijn, gewichtsverlies, inactiviteit/verminderde mobiliteit, stress, abnormaal gedrag, en wat is de duur van die effecten?
Tijdens het hanteren worden de vissen verdoofd om het ongemak te minimaliseren. Het minimale ongemak dat de vis zal ervaren, is het vangen, vervoeren, verdoven, soms merken van de vis onder verdoving, wegen en het herstel van anesthesie, indien van toepassing. Wanneer microbiologische monsters nodig zijn, bijvoorbeeld van de darm, worden vissen bedwelmd en gedood door een klap op het hoofd, aangezien anesthetica de microbiologische populatie in en op de vis kunnen beïnvloeden. De genoemde activiteiten zijn de minimale activiteiten die nodig zijn om de veiligheid en werkzaamheid van nieuwe producten voor toepassing in visvoer volgens EFSA richtlijnen te evalueren.
Welke soorten en aantallen dieren zullen naar verwachting worden gebruikt? Wat zijn de verwachte ernstgraden en de aantallen dieren in elke ernstcategorie (per soort)?
Soort:
Totaal aantal
Geraamde aantallen naar ernstgraad
Terminaal
Licht
Matig
Ernstig
Zalm, forel, riddervis en vlagzalm (Salmonidae)
3360
0
3360
0
0
Zeebaars (spp. from families e.g. Serranidae, Moronidae)
420
0
420
0
0
Andere vissen (other Pisces)
2520
0
2520
0
0
Wat gebeurt er met de dieren die aan het einde van de procedure in leven worden gehouden?
Soort:
Geraamd aantal te hergebruiken, in het habitat-/houderijsysteem terug te plaatsen of voor adoptie vrij te geven dieren
Hergebruikt
Teruggeplaatst
Geadopteerd
Geef de redenen voor het geplande lot van de dieren na de procedure.
De vissen zullen aan het einde van het experiment door een overdosis aan narcosemiddel worden gedood en naar de destructor worden getransporteerd . Dit om er zeker van te zijn dat er geen versleping van componenten plaats vindt buiten de proef accomodatie.
Toepassing van de drie V’s
1. Vervanging
Beschrijf welke diervrije alternatieven op dit gebied voorhanden zijn en waarom zij niet voor het project kunnen worden gebruikt.
Het is onmogelijk het doel te realiseren met een proefdiervrije methode. De veiligheid en werkzaamheid van producten voor visvoeding kan bij elke vissoort anders zijn. Dit vraagt om uitvoering van een experiment met deze specifieke vissoort, het zogenaamde doeldier. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) eist dat het vaststellen van de veiligheid en werkzaamheid van producten voor dier voeding moet worden uitgevoerd voor elke doeldier, waarvoor een claim wordt ingediend
2. Vermindering
Leg uit hoe de aantallen dieren voor dit project zijn bepaald. Beschrijf de stappen die zijn genomen om het aantal te gebruiken dieren te verminderen en de beginselen die zijn gebruikt bij het opzetten van de studies. Beschrijf, waar van toepassing, de praktijken die gedurende het hele project zullen worden toegepast om het aantal dieren die in overeenstemming met de wetenschappelijke doelstellingen werden gebruikt, tot een minimum te beperken. Deze praktijken kunnen bijvoorbeeld bestaan uit proefprojecten, computermodellen, het delen van weefsel en hergebruik.
Het aantal dieren wordt zo laag mogelijk gehouden door op basis van de beschikbare kennis van het nieuwe product en ervaring uit eerder onderzoek te schatten welk aantal dieren minimaal nodig is om een relevant verschil aan te kunnen tonen in de uitleesparameters.
3. Verfijning
Geef voorbeelden van de specifieke maatregelen (bv. verscherpte monitoring, postoperatieve behandeling, pijnbestrijding, training van dieren) die in verband met de procedures moeten worden genomen om de welzijnskosten (schade) voor de dieren tot een minimum te beperken. Beschrijf de mechanismen om gedurende de looptijd van het project nieuwe verfijningstechnieken in gebruik te nemen.
Het doel is complex, gezien de samenhang tussen het toegepaste product en de fysiologie van vissen. Dit betekent dat de veiligheid en de werkzaamheid onderzocht moeten worden bij het doeldier zelf om tot zinvolle resultaten te komen. Het is daarom niet mogelijk de studies uit te voeren bij andere diersoorten en soms zelfs andere vissoorten dan de doelsoort. Tijdens de studies zullen de vissen zo min mogelijk gehanteerd worden. Dit draagt bij aan het dierwelzijn, betrouwbare resultaten en de vertaling naar de praktijk. Het enige ongemak dat de vissen mogelijk ervaren is hanteren, onder narcose brengen en herstel van de narcose wanneer van toepassing
Licht de keuze van de soorten en de bijbehorende levensstadia toe
Voordat een dierstudie wordt uitgevoerd zijn de producten grondig in vitro getest. In sommige gevallen kunnen ook proeven met andere soorten (bv. ratten) of andere vissoorten zijn gebruikt om het product te testen op het effect en of de werking. Na die voorbereidende testen moet het product worden getest in een proef met de doeldier zelf waar het in de praktijk baat bij heeft: de specifieke vissoort. Soort meerdere vissoorten: regenboogforel (Oncorhynchus mykiss), Atlantische zalm (Salmo salar), zeebaars (Dicentrarchus labrax), zeebrasem (Sparus aurata), tong, (solea spp), tilapia (Oreochromis spp) Afrikaanse meervalensoorten (Clarias spp ), Europese paling (Anguilla anguilla), tarbot (Scophthalmus maximus), karper (Cyprinus carpio), yellowtail kingfish (Seriola spp) en steuren (Acipenseriform spp). Indien in de loop van het project een andere vissoort wordt geïdentificeerd voor het testen van de effecitiviteit, zal middels een wijziging, toestemming worden gevraagd aan de CCD. De keuze van doelsoorten, in dit geval vissoorten en gerelateerde soort specifieke verschillen met betrekking van de werking van het product zijn niet op voorhand bekend. Deze zullen te zijner tijd door de IvD worden geëvalueerd tijdens de proefaanvraag en indien nodig te zijner tijd worden gerapporteerd aan de CCD. Wat betreft de levensfase van de doeldieren. De keuze voor de levensfase van het doeldier is afhankelijk van het type product, de werking van het product en het beoogde doel. Afhankelijk daarvan worden hetzij jonge vissen, vissen in de opgroeifase of ouderdieren in de proef gebruikt.
Voor een beoordeling achteraf geselecteerd project
Project geselecteerd voor BA?
nee
Termijn voor BA
Reden voor de beoordeling achteraf
Bevat ernstige procedures
Maakt gebruik van niet-menselijke primaten
Andere reden
Toelichting van de andere reden voor de beoordeling achteraf
Aanvullende velden
Nationaal veld 1
Veld wordt niet gepubliceerd.
Nationaal veld 2
Veld wordt niet gepubliceerd.
Nationaal veld 3
Veld wordt niet gepubliceerd.
Nationaal veld 4
Veld wordt niet gepubliceerd.
Nationaal veld 5
Veld wordt niet gepubliceerd.
Startdatum project
Veld wordt niet gepubliceerd.
Einddatum project
Veld wordt niet gepubliceerd.
Goedkeuringsdatum project
Veld wordt niet gepubliceerd.
ICD-code 1
Veld wordt niet gepubliceerd.
ICD-code 2
Veld wordt niet gepubliceerd.
ICD-code 3
Veld wordt niet gepubliceerd.
Link naar de eerdere versie van de NTS buiten het EC-systeem