NIET-TECHNISCHE PROJECTSAMENVATTING
Naam van het project
Bepalen van het effect van zout en andere toevoegingen in rauwe vleeswaren op Toxoplasma gondii met een nieuwe proefdiervrije methode.
NTS-identificatiecode
NTS-NL-560633 v.1, 13-09-2021
Nationale identificatiecode van de NTS
Veld wordt niet gepubliceerd.
Land
Nederland
Taal
nl
Indiening bij EU
Veld wordt niet gepubliceerd.
ja
Duur van het project, uitgedrukt in maanden.
60
Trefwoorden
Voedselveiligheid
Toxoplasma gondii
Celkweek
Vleeswaren
Doel(en) van het project
Omzettinggericht en toegepast onderzoek: Besmettelijke ziekten van de mens
Doelstellingen en verwachte voordelen van het project
Beschrijf de doelstellingen van het project (bijvoorbeeld het aanpakken van bepaalde wetenschappelijke onduidelijkheden, of wetenschappelijke of klinische behoeften).
Toxoplasma gondii is een parasiet en deze ziekteverwekker kan voorkomen in rauw gegeten vleeswaren zoals filet americain, ossenworst en rauwe ham. In Nederland staat T. gondii op de tweede plaats na Campylobacter op de ranglijst van 14 door voedsel overgedragen ziekteverwekkers. T. gondii is de veroorzaker van toxoplasmose en vrijwel alle warmbloedige dieren, inclusief mensen kunnen besmet worden. Ongeveer een derde van de wereldbevolking is geïnfecteerd met deze parasiet. Zwangere vrouwen en mensen die door andere ziektes een sterk verminderde afweer hebben vormen de belangrijkste risicogroepen. Ondanks waarschuwingen vanuit de overheid (Voedingscentrum en RIVM) voor de risico’s op een T. gondii infectie worden binnen Nederland maar ook wereldwijd veel rauwe vleeswaren gegeten. Het RIVM onderzoekt elk jaar hoeveel mensen ziek worden of sterven aan ziekteverwekkers die via voedsel worden overgedragen. Zij stellen vast dat de ziektelast van T. gondii door het eten van rauwe vleeswaren nog steeds te hoog is. Kennisinstellingen en de vleeswarenindustrie hebben daarom een samenwerkingsverband gevormd om de voedselveiligheid, dus het doden van T. gondii in rauwe vleeswaren, te verbeteren. In dit onderzoek wordt gezocht naar een manier om T. gondii te doden in rauwe vleeswaren. Daarvoor wordt het effect van zout en andere toevoegingen tijdens de bereiding van rauwe vleeswaren bepaald op de afdoding van T. gondii. In een eerdere studie is al gebleken dat het effect van zout groot is op afdoding van T. gondii. Dit onderzoek zullen we vervolgen en nagaan welke minimale concentraties zout en andere toevoegingen voldoende afdoding van T. gondii in vlees opleveren. Om de besmettelijkheid van T. gondii aan te tonen wordt er tot op heden gebruik gemaakt van een dierproef met muizen. In dit project wordt onderzocht of deze dierproef kan worden vervangen door een proefdiervrij alternatief, namelijk een celkweek. In ons onderzoek zal dit alternatief worden getest om te bewijzen dat deze inderdaad een geschikte vervanging is. De doelstellingen van dit project zijn: -Een diermodel met schapen opzetten om voldoende T. gondii besmet vlees te verkrijgen. Op deze wijze wordt de werkelijke situatie van T. gondii besmet vlees het beste benaderd. -Met het verkregen T. gondii positief vlees nagaan welke concentraties van zout en andere toevoegingen T. gondii inactiveren. -Vergelijken van de T. gondii inactivatie met de testmethode in muizen en met de celkweekmethode.
Welke potentiële voordelen kan dit project opleveren? Leg uit hoe de wetenschap vooruit kan worden geholpen of mensen, dieren of het milieu uiteindelijk voordeel kunnen hebben bij het project. Maak, waar van toepassing, een onderscheid tussen voordelen op korte termijn (binnen de looptijd van het project) en voordelen op lange termijn (die mogelijk pas worden bereikt nadat het project is afgerond).
Zolang consumenten deze rauwe vleeswaren consumeren is er noodzaak om, naast voorlichting over de risico’s, voedsel te produceren dat zo veilig mogelijk is. De hoge humane ziektelast van T. gondii maakt het noodzakelijk dat er maatregelen worden genomen om T. gondii infecties in mensen te voorkomen. Op dit moment zijn er in de vleessector twee bewegingen gaande die het risico op T. gondii in rauwe vleeswaren mogelijk vergroten. Ten eerste is er naast de huidige veehouderij een beweging gaande richting verduurzaming hiervan en die het naar buiten gaan van landbouwhuisdieren stimuleert. Meer buitenloop betekent echter meer risico op een T. gondii besmetting. T. gondii komt voor in het milieu en bijvoorbeeld in de biologisch varkenshouderij komen meer T. gondii infecties voor dan bij varkens die altijd binnen worden gehouden. Ten tweede wordt ernaar gestreefd minder zout in voedingsmiddelen te gebruiken, terwijl juist zout effectief is bij het afdoden van T. gondii. Om die reden is het belangrijk te bepalen hoeveel zout minimaal nodig is. De resultaten van dit project zullen verder inzicht geven in de optimale concentratie zout die toegevoegd moeten worden om veilige rauwe vleeswaren te produceren. Daarnaast beogen wij dat een potentieel proefdiervrij alternatief voor het aantonen van levende T. gondii in besmet vlees getest kan worden zodat deze de traditionele dierexperimenten voor dit doel kunnen vervangen. Op deze wijze kan er zonder het gebruik van proefdieren het effect van zout en andere toevoegingen op de levensvatbaarheid (of doden) van T. gondii getest worden.
Voorspelde schade
In welke procedures worden de dieren gewoonlijk gebruikt (bijvoorbeeld injecties, chirurgische procedures)? Vermeld het aantal en de duur van deze procedures.
Schapen: - Selectie van een schapenbedrijf waar geen T. gondii infecties voorkomen door uitvragen van de abortushistorie, vaststellen of er T. gondii vaccinatie wordt toegepast, afwezigheid van (jonge) katten en geen antilichamen tegen T .gondii in bloed van 10 schapen van dit bedrijf. Van 10 schapen zal bloed worden afgenomen om om vast te stellen of ze ooit een T. gondii infectie hebben doorgemaakt. Alleen wanneer alle 10 schapen negatief getest worden dan kunnen deze schapen gebruikt worden voor dit project. De afname duurt maximaal 5 minuten. -5 geteste schapen worden experimenteel besmet met T. gondii door middel van een toediening via de mond. De toediening duurt maximaal 5 minuten -Bij de 5 schapen wordt gedurende 20 weken maximaal 8 keer bloed afgenomen. Een afname duurt maximaal 5 minuten. - Bij de 5 schapen wordt gedurende de eerste 2 weken maximaal 7 keer temperatuur gemeten. Een meting duurt maximaal 5 minuten. -Schapen worden aan het einde van het experiment verdoofd en daarna gedood in een steriele sectieruimte om het geïnfecteerde vlees te verkrijgen. Het onder verdoving brengen duurt maximaal 5 minuten. Muizen: -Het experiment start met een eenmalige bloedafname van alle dieren. De afname duurt maximaal 1 minuut. -Daarna wordt via een injectie in de buikholte T. gondii besmet weefsel toegediend (verkregen uit het schapenexperiment). Deze handeling duurt maximaal 1 minuut. -Dieren worden 42 dagen lang één tot drie keer per dag beoordeeld op klinische symptomen van de besmetting. Deze observaties worden gedaan door de muizen in hun kooi te bekijken. In enkele gevallen worden muizen uit de kooi genomen om ze beter te kunnen bekijken. Deze handeling duurt maximaal 1 minuut. -Op dag 42, of eerder als de muizen te ziek zijn geworden van de infectie, worden de muizen verdoofd en daarna gedood. Hersenen worden verzameld om te onderzoeken op T. gondii. Mochten de muizen doodgaan in de eerste twee weken, dan wordt ook nog het buikvocht verzameld en onderzocht op T. gondii. Het aantonen van T. gondii in de hersenen of buikvocht duidt op de aanwezigheid van levende en daarom infectieuze T. gondii.
Wat zijn de verwachte gevolgen/nadelige effecten voor de dieren, bijvoorbeeld pijn, gewichtsverlies, inactiviteit/verminderde mobiliteit, stress, abnormaal gedrag, en wat is de duur van die effecten?
Zowel de schapen als de muizen zullen licht ongerief ondervinden van de handelingen die hierboven zijn beschreven. De verwachting is dat dat de schapen niet of amper ziek zullen worden na de orale T. gondii infectie. Desondanks worden de dieren dagelijks geobserveerd op mogelijke klinische symptomen zoals ademhalingsproblemen. Als de dieren koorts hebben dan zullen ze koortswerend middel krijgen om het ongerief te verlichten. Een deel van de muizen kunnen in de eerste drie dagen na de toediening van T. gondii weefsel een buikvliesontsteking ontwikkelen als gevolg van een bacteriële infectie afkomstig uit het toegediende weefsel. Muizen kunnen daarnaast tot ± 2 weken na de toediening van T. gondii weefsel ziek worden als gevolg van deze infectie met als belangrijkste verschijnselen koorts, algehele malaise en vocht in de buikholte. Door de muizen in die periode zeer intensief te observeren met behulp van een experiment-specifieke-klinische-scoringsmethode worden te zieke dieren vroegtijdig uit het experiment genomen en gedood. Dieren krijgen de eerste dagen na infectie drinkwater met pijnstilling om het ongerief van de infectie te verminderen.
Welke soorten en aantallen dieren zullen naar verwachting worden gebruikt? Wat zijn de verwachte ernstgraden en de aantallen dieren in elke ernstcategorie (per soort)?
Soort:
Totaal aantal
Geraamde aantallen naar ernstgraad
Terminaal
Licht
Matig
Ernstig
Schapen (Ovis aries)
10
0
0
10
0
Muizen (Mus musculus)
143
0
0
130
13
Wat gebeurt er met de dieren die aan het einde van de procedure in leven worden gehouden?
Soort:
Geraamd aantal te hergebruiken, in het habitat-/houderijsysteem terug te plaatsen of voor adoptie vrij te geven dieren
Hergebruikt
Teruggeplaatst
Geadopteerd
Schapen (Ovis aries)
0
5
0
Geef de redenen voor het geplande lot van de dieren na de procedure.
5 schapen zullen worden gedood om T. gondii besmet vlees te verkrijgen 143 muizen zullen gedood worden om in hersenen en in sommige gevallen in het buikvocht vast te stellen of de muis een T. gondii infectie heeft doorgemaakt.
Toepassing van de drie V’s
1. Vervanging
Beschrijf welke diervrije alternatieven op dit gebied voorhanden zijn en waarom zij niet voor het project kunnen worden gebruikt.
Schapen: Schapen zijn nodig om geïnfecteerd vlees te verkrijgen voor de experimenten en kunnen niet worden vervangen. In de laatste sectie van de NTS (keuze van de diersoort) wordt dit uitgelegd. Muizen: Een belangrijk deel van dit project is het vervangen van de muizen experimenten om levende T. gondii aan te tonen in vlees. In het vorige project is een celkweek ontwikkeld die na optimalisatie de muizen experimenten zou kunnen vervangen. Om dit vast te stellen zullen de muizenexperimenten en de celkweek eerst met elkaar vergeleken moeten worden. Dit is één van de doelstellingen van dit project. Als de T. gondii detectie met de celkweek vergelijkbare resultaten oplevert als de uitkomsten uit de muizenexperimenten dan kan de celkweek als proefdiervrij alternatief dienen voor toekomstige projecten met T. gondii.
2. Vermindering
Leg uit hoe de aantallen dieren voor dit project zijn bepaald. Beschrijf de stappen die zijn genomen om het aantal te gebruiken dieren te verminderen en de beginselen die zijn gebruikt bij het opzetten van de studies. Beschrijf, waar van toepassing, de praktijken die gedurende het hele project zullen worden toegepast om het aantal dieren die in overeenstemming met de wetenschappelijke doelstellingen werden gebruikt, tot een minimum te beperken. Deze praktijken kunnen bijvoorbeeld bestaan uit proefprojecten, computermodellen, het delen van weefsel en hergebruik.
Schapen: De eerste stap is om vast te stellen of het schapen infectiemodel werkt. Hiervoor worden twee schapen gebruikt. Als dit niet blijkt te werken dan zullen wij de geplande experimenten met de overige drie schapen niet uitvoeren. Door deze strategie worden zo min mogelijk schapen gebruikt. Muizen: Op basis van de resultaten van onze vorige studie was het mogelijk om een betere berekening te maken van het benodigde aantal muizen voor dit experiment. Doordat zowel de resultaten uit de celkweek als de resultaten uit de muisproef worden gebruikt om het effect van zout te bepalen zijn minder bepalingen met de muisproef nodig.
3. Verfijning
Geef voorbeelden van de specifieke maatregelen (bv. verscherpte monitoring, postoperatieve behandeling, pijnbestrijding, training van dieren) die in verband met de procedures moeten worden genomen om de welzijnskosten (schade) voor de dieren tot een minimum te beperken. Beschrijf de mechanismen om gedurende de looptijd van het project nieuwe verfijningstechnieken in gebruik te nemen.
Schapen: Er mogen geen T. gondii infecties zijn op het bedrijf waar de schapen aanvankelijk gehuisvest zijn. Om vast te stellen welke schapen geschikt zijn voor dit project zullen we één bloedafname doen die plaatsvindt op de boerderij waar de dieren gehuisvest zijn. Wannneer alle schapen negatief getest worden op T. gondii, dan is het bedrijf geschikt en kunnen de geteste schapen gebruikt worden. Schapen, afkomstig van een bedrijf dat niet geschikt is zullen niet onnodig worden vervoerd en blootgesteld aan andere experimentele handelingen. Muizen: Bij de muizenexperimenten hebben we in onze vorige studie gezien dat muizen tot en met de eerste twee weken snel ziek kunnen worden. We hebben op basis van die ervaring onze experiment-specifieke-klinische-scoringsmethode aangepast. Dit betekent dat we de dieren intensiever monitoren, namelijk van twee naar drie keer per dag gedurende de meest kritisch periode (de eerste twee weken). We verwachten dat door deze aanpassingen het humane eindpunt voor zieke muizen nog beter kan worden toegepast. Zowel bij de muizen als bij de schapen zal pijnstilling of een ontstekingsremmend middel worden toegediend om mogelijke ongerief van de infectie te verlichten.
Licht de keuze van de soorten en de bijbehorende levensstadia toe
Schapen: In het voorgaande project is getracht geïnfecteerd vlees te verkrijgen door middel van slachthuis materiaal (schapen harten). Schapen werden geselecteerd omdat bekend is dat de besmettingsgraad van T. gondii bij schapen hoog is. Uit dit materiaal was echter niet genoeg besmet vlees met voldoende levende T. gondii parasieten te verkrijgen voor verder onderzoek. Om deze reden worden in dit project 5 schapen experimenteel geïnfecteerd. Schapen worden gemakkelijk geïnfecteerd met T. gondii. Op grond van literatuur is de verwachting dat de concentratie bij deze experimenteel geïnfecteerde dieren hoog genoeg zal zijn. Muizen: In deze studie is het van belang om het effect van zout en andere toevoegingen op de levensvatbaarheid van T. gondii te bepalen. Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen levende en dode T. gondii. Er is dus een test nodig waarmee levende T. gondii kan worden aangetoond. Daar wordt de muis voor gebruikt. Dit is de ‘gouden standaard’ en de enige internationaal aanvaarde methode voor het bepalen van de aanwezigheid van levende T. gondii in vlees.
Voor een beoordeling achteraf geselecteerd project
Project geselecteerd voor BA?
ja
Termijn voor BA
30-09-2027
Reden voor de beoordeling achteraf
Bevat ernstige procedures
ja
Maakt gebruik van niet-menselijke primaten
Andere reden
Toelichting van de andere reden voor de beoordeling achteraf
Aanvullende velden
Nationaal veld 1
Veld wordt niet gepubliceerd.
Nationaal veld 2
Veld wordt niet gepubliceerd.
Nationaal veld 3
Veld wordt niet gepubliceerd.
Nationaal veld 4
Veld wordt niet gepubliceerd.
Nationaal veld 5
Veld wordt niet gepubliceerd.
Startdatum project
Veld wordt niet gepubliceerd.
Einddatum project
Veld wordt niet gepubliceerd.
Goedkeuringsdatum project
Veld wordt niet gepubliceerd.
ICD-code 1
Veld wordt niet gepubliceerd.
ICD-code 2
Veld wordt niet gepubliceerd.
ICD-code 3
Veld wordt niet gepubliceerd.
Link naar de eerdere versie van de NTS buiten het EC-systeem